In de triathlon bijlage van weekblad CTR Hollands Kroon stond op woensdag 21 augustus een leuke pagina. Drie leden van onze vereniging werden werden geïnterviewd. Voor degene die dit verslag hebben gemist, hieronder de inhoud hiervan:

‘Ik hoop onder de twee uur te duiken’

Arie van der Lee (30) is geboren en getogen in Anna Paulowna. Zijn triatloncarrière startte in 2008, als fietser in een trio: “Dat hadden wij een week van tevoren in de kroeg bedacht. Op de woensdag voor de triatlon heb ik één keer het rondje gereden. Als ik het mij goed herinner reed ik toen 1:12, een minuutje sneller dan Jan van den Berg. Dat leverde mij toen een slagroomtaart op.” Arie had de smaak te pakken en startte in 2009 opnieuw in een trio: “Op de hoek Boermansweg-Middenweg reed ik lek. Geen plakspullen mee, dus hardlopend naast de fiets richting huis, hoek Middenweg-Molenvaart, om de fiets van mijn vader te lenen.”

In 2014 deed Arie voor het eerst individueel mee en dat leverde hem meteen de Gerard Groenprijs voor aanstormend talent op. “Dat was een mooie editie met redelijk wat wind, onweer en hagel. Met name het hardlopen was erg leuk om te doen en de aanmoedigingen door vrienden en dorpsgenoten. De sfeer is altijd top. Zowel onder de deelnemers als langs het parcours.” In 2015 en 2017 fietste Arie weer in een trio. “In 2015 waren we het snelste polderse trio en reed ik een verrassend snelle tijd van 55 minuten.”

Het grootste sportieve doel voor Arie dit jaar was de Marmotte in juli: “Een fietstocht in de Alpen van 180 km en 5.000 hoogtemeters, met de finish op de Alpe d’Huez. Daarnaast doen wij met de vereniging Oude Veer mee aan een landelijke teamcompetitie voor triatlon. Voor zover het lukt probeer ik de clubwedstrijden van Oude Veer mee te pakken. Naast de triatlon zijn dit afzondelijke hardloopwedstrijdjes, een tijdrit, zwemloop en X-run en bike in Callantsoog. In het voorjaar doe ik daarnaast een aantal wielerwedstrijden.”

Ter voorbereiding op het Kwart(je) deed Arie onder andere mee aan de achtste triatlon van vereniging Oude Veer op 11 augustus: “Dat is een mooi moment om de wissels nog even te oefenen. Verder probeer ik de vorm die ik richting de Marmotte heb opgebouwd vast te houden. Daarvoor fiets ik twee keer per week naar Alkmaar heen en weer, naar mijn werk bij Eriks, loop ik een of twee keer in de week en probeer ik een of twee keer in de week te zwemmen.”

Dat zwemmen is Arie’s minst sterke onderdeel: “Ik kom meestal in de middenmoot uit het water. Met fietsen hoor ik bij de snelsten. Het lopen gaat best goed, maar daar is nog winst te behalen. Kilometer 4 tot en met 7, 8 vind ik met hardlopen mentaal altijd het zwaarst. Bij het Kwart(je) is dit dus de Schorweg tot en met de Rovershofdam. Finishen is sowieso al een prestatie, dat geldt voor alle deelnemers. In 2014 finishte ik in 2:02:30 en dit jaar hoop ik onder de twee uur te duiken. Of ik dat haal, zal ook afhangen van de weersomstandigheden. Bij warmte en veel wind kun je zo 2 tot 4 minuten verliezen. Waar het om gaat is dat je het beste uit jezelf haalt, je eigen grenzen opzoekt en de juiste balans in energieverdeling vindt tussen de drie disciplines.”

‘Als sporter verleg je steeds je grens’

Marianna Hoekstra-Kant (48) uit Wieringerwaard draait al een tijdje mee in de triatlonsport. De moeder van twee en werkneemster van Bejo Zaden verscheen in 2006 voor het eerst aan de start van het Kwart(je) en heeft sindsdien elke keer op één na meegedaan.

Zwemmen is haar minst sterke onderdeel: “Ik heb op mijn 34ste leren zwemmen, toen ben ik op zwemles gegaan bij de bejaarden. Het was niet zo dat ik zou verdrinken, maar daar was ook alles mee gezegd. Na drie maanden leek het een beetje op borstcrawl en toen zei de badjuf: je moet heel veel oefenen. Dat heb ik inmiddels gedaan. De eerste keer dat ik het Kwart(je) deed, vond ik de start met zwemmen super eng. Toen startte je nog met heren en dames tegelijk, ongeveer 230 man. Na het startschot begint iedereen met de armen te zwaaien en met de benen te trappelen. Best heftig vond ik dat. Nu de heren en dames gescheiden zijn, gaat de zwemstart eigenlijk best goed.”

Marianna traint het hele jaar door ongeveer tien uur in de week. “Ik probeer mijn trainingsuren goed te verdelen over zwemmen, fietsen en lopen. In de herfst en winter loop ik meer en fiets ik minder. Dan ga ik lekker in Schoorl lopen of ik doe mee met crossloopjes. Vorig jaar heb ik voor ‘Spieren voor spieren’ van Den Helder naar Texel gezwommen en mijn eerste marathon gelopen in Rotterdam. Trails lopen vind ik ook heel erg leuk. Vorig jaar en het jaar daarvoor heb ik de Buff Duinentrail Schoorl gelopen van 37 km. Super zwaar maar wel heel mooi. In juni en juli heb ik meegedaan met het Van der Voort sprinttriatlon-circuit. Hier werd ik zevende overall en eerste in mijn leeftijdscategorie. Op 14 september ga ik voor het eerst een halve triatlon doen in Almere: 1,9 km zwemmen, 92 km fietsen en 21 km lopen. Ik heb er zin in maar ik vind het ook heel spannend.”

Fietsen gaat Marianna het beste af. “Wat ik wel spannend vind, is dat je over drie spoorwegovergangen moet. Als je die tegen hebt, moet je afstappen en dat wil je natuurlijk echt niet.” Nog steeds verbetert Marianna haar tijden. “Als sporter verleg je steeds je grens en wil je het net iets sneller kunnen als de keer ervoor of het langer volhouden. Dat geeft een kick. En jezelf verbazen dat je lichaam dat allemaal kan, daar word ik echt blij van.”

De triatlon van Anna Paulowna vindt Marianna altijd heel gezellig: “Het is toch een thuiswedstrijd. Ik heb er heel veel zin in, ook omdat er veel meedoen van mijn eigen cluppie Oude Veer.”

Zo vader zo dochters: trio De Zwaagjes

Het moest er natuurlijk een keer van komen, dat Cor Zwaag (59) met zijn dochters zou meedoen aan het Kwart(je). De voortreffelijke zwemmer verschijnt zaterdag aan de start met Frea (27, fietsen) en Astrid (23, lopen) en als er twee hardlopers nodig waren geweest, had oudste dochter Marijke ook meegedaan. Toen de meiden nog thuis woonden in Anna Paulowna waren vader en dochters alle vier actief bij Dokev. Ook het lig- en roeifietsvirus is van Cor op de volgende generatie overgegaan. “Alleen mijn zwempassie heb ik ze nooit kunnen doorgeven.”

Cor is een veteraan in triatlonland. Hij heeft meer dan honderd keer meegedaan aan kwart en achtste triatlons. Tot 2008 deed hij het Kwart(je) individueel en daarna werd hij een veelgevraagde zwemmer in trio’s. De meiden debuteren in de sport. Frea: “We hebben een klein voorproefje gehad in Schagen bij de achtste triatlon. Dat was magisch. Toen heeft Niels, de man van Marijke, gezwommen in plaats van onze vader.” Astrid: “We waren allemaal wel erg zenuwachtig. Ik moest met Frea wisselen en ze gleed uit over het grind bij het doorgeven van de enkelband. Ik probeerde haar nog op te vangen. Hopelijk hebben we in Anna Paulowna straks een professionelere wissel.”

Frea loopt dit jaar voor de tweede keer de halve marathon in Eindhoven, waar ze woont. Fietsen is een nieuwe tak van sport voor haar: “De fiets waar ik op rijd is eigenlijk van Marijke, mijn oudere zus, alleen die heeft het fietsen opgegeven en is nu voorzitter van de atletiekvereniging in haar woonplaats Haarlem. Hardlopen is meer haar ding en omdat het zo zonde is om die fiets stil te laten staan, heb ik het stokje overgenomen en ben ik gaan fietsen.” Astrid woont in Schagen en liep daar de Schagen City Run. Cor was jarenlang een bloedfanatieke sporter: “Ik wilde altijd zo goed mogelijk presteren. Vooral het EK roeifietsen in Zeeland vond ik een fantastisch evenement, daar heb ik 15 jaar aan meegedaan. Maar sinds ik lange kampeertrektochten maak, is de reis belangrijker dan de race.” Zwemmen is zijn favoriete sport: “In de winter zwem ik bij de triatlonclub in het zwembad. Zo gauw het mooi weer wordt, duik ik het Oude Veer in. Zeker drie keer in de week spreken we met een clubje zwemmers af bij de Boermansweg en zwemmen samen een paar kilometer.”

Frea kan niet echt een lastig stuk op de fietsroute aanwijzen: “Persoonlijk heb ik geen idee wat de route is. Ik zie vooral op tegen de bochten omdat ik die best eng vind. Voor de rest laat ik het op me afkomen. Ik weet de weg in Anna Paulowna en Breezand dus verdwalen zal ik niet.” Astrid ziet vooral op tegen het slot: “Na 7 kilometer heb ik het meestal wel gehad en dan moet je nog zo’n lang stuk. Dus dan zal ik even moeten doorbuffelen. Ik ga zeker het Ceresplein halen, maar ik denk niet dat het met een goede tijd zal zijn.” Cor is net als zijn collega-zwemmers geen fan van de drukte bij de start: “Ik start liever rustig en kom halverwege op gang. Jammer dat het maar een kilometertje is… Als de omstandigheden zwaar zijn, dus veel wind, dan ben ik op m’n best en zit ik voorin. Anders ben ik zeker de beste van de middenmoot.”

Net als de meeste sporters streeft Frea ernaar sneller en sterker te worden: “Uiteindelijk wil je zien dat de training effect heeft en dat je beter wordt. Omdat mijn vader zo vaak de triatlon heeft gedaan, wilde ik dat ook graag een keer meemaken. Misschien dat ik hem zelfs in de toekomst wel een keer alleen ga doen.”

Cor ziet het Kwart(je) Triathlon als een reünie van sportbekenden en een evenement dat nooit verloren mag gaan. Zijn dochters hebben er ook zin in. Frea: “Super leuk en gezellig, veel bekende mensen. Ik ben benieuwd of ze ons herkennen als dochters van Cor.” Astrid: “Heel gezellig. Omdat Frea en ik hier allebei zijn opgegroeid, is het extra leuk. Hopelijk komen dan ook veel mensen ons aanmoedigen.”